De Katholieke Kerk kent zeven sacramenten waarin Gods genade zichtbaar wordt doorgegeven in woord en gebaar. Centraal staat de Eucharistie, waarin Jezus zichzelf gegeven heeft aan de mensen en we deel krijgen aan zijn liefde tot het uiterste toe.

Er zijn drie sacramenten waardoor je in de kerk wordt opgenomen:

  • De Doop, voor jonge kinderen of volwassenen.
  • De “Eerste Communie” . De eerste keer dat je deelneemt aan de Eucharistie en zelf de communie ontvangt, meestal als je 7 jaar bent.
  • Het Vormsel, de genade van de Heilige geest, meestal rond de 12 jaar.

 

Twee sacramenten helpen je omgaan met de schaduwzijde van het leven, de dood en de zonde:

  • Het sacrament van de ziekenzalving geeft kracht in de levensfase waarin je je voorbereidt op de dood.
  • Het sacrament van boete en verzoening (de biecht) helpt je om onder ogen te zien wat er verkeerd ging, het achter je te laten en verder te gaan.

 

Twee sacramenten ontvang je niet ‘voor jezelf’ maar voor anderen: het huwelijk en de wijding.

Bij het huwelijk geef je je helemaal aan je geliefde, met al je mooie maar ook je minder mooie kanten. Gods liefde en genade wordt uitgedrukt in de liefde tussen de echtgenoten.

Bij de wijding geeft de diaken, priester, bisschop zijn leven aan de kerk. God kan hem dan als het ware als instrument inzetten om de liefde aan de mensen door te geven in sacramenten.